Welke dieren zie je in Serengeti National Park?

Welke dieren zie je in Serengeti National Park?

Een kopje in de ochtendzon, een granieten rots die als een eiland boven het gras uitsteekt. Daarop, languit, vier leeuwinnen. Beneden trekt een lint van gnoes voorbij dat aan de horizon nog niet ophoudt. Dit is de Serengeti op een doorsnee dag.

Het korte antwoord: in Serengeti National Park zie je de Big Five, alle grote katten van Oost-Afrika, en de grootste kuddes hoefdieren ter wereld. Het park beslaat bijna vijftienduizend vierkante kilometer en staat sinds 1981 op de UNESCO-Werelderfgoedlijst. Hieronder lees je welke dieren je kunt verwachten — en waar in het park je ze het best vindt.

De Big Five

Alle vijf komen in de Serengeti voor, maar niet met dezelfde kans.

Leeuwen zie je bijna zeker. Het ecosysteem herbergt naar schatting meer dan drieduizend leeuwen, de grootste populatie van Afrika. Rond Seronera en op de kopjes liggen vaste troepen; twee of drie waarnemingen op één gamedrive is geen uitzondering.

Olifanten en buffels kom je regelmatig tegen, vooral in de bosrijkere delen in het noorden en westen. Buffelkuddes kunnen honderden dieren tellen, en oude solitaire stieren — de zogenoemde dagga boys — liggen vaak alleen bij een modderpoel.

Luipaarden vragen geduld en een goede gids. De acacia’s en worstenbomen langs de Seronera-rivier zijn de klassieke plek: kijk naar een staart die uit een tak hangt.

Neushoorns zijn de moeilijkste. De Serengeti heeft nog een kleine, streng bewaakte populatie zwarte neushoorns, vooral rond de Moru Kopjes in het zuidwesten. Wie er zeker een wil zien, heeft in de Ngorongoro-krater een aanzienlijk grotere kans.

De andere jagers

Naast de grote drie leeft er een complete roofdiergemeenschap.

Cheeta’s houden van open terrein en zijn daarom het best te zien op de zuidelijke vlaktes. Ze jagen overdag, wat ze voor fotografen bijzonder maakt.

Gevlekte hyena’s zijn overal en veel talrijker dan leeuwen. Ze zijn geen aaseters die van de restjes leven, maar zelfstandige, succesvolle jagers die in clans van tientallen dieren opereren. Vaak zijn zíj het die een leeuwenprooi proberen af te pakken, en niet andersom.

Daarnaast: servals die door het hoge gras van Seronera sluipen, caracals, gouden jakhalzen, bat-eared foxes met hun opvallende oren, en met veel geluk een roedel Afrikaanse wilde honden in het noorden — zeldzaam, maar ze zijn er.

De kuddes

Het beeld dat de Serengeti wereldberoemd maakte, is dat van de grote trek. Ongeveer anderhalf miljoen gnoes, een kwart miljoen zebra’s en honderdduizenden Thomson- en Grantgazelles bewegen jaarrond met de klok mee door het ecosysteem, op zoek naar vers gras.

Die trek stopt nooit; alleen de locatie verschuift. In januari en februari worden op de zuidelijke vlaktes in korte tijd enorme aantallen kalfjes geboren. Rond mei en juni schuiven de kuddes naar het westen en noorden, en tussen juli en oktober liggen de rivieroversteken in het noorden. Meer daarover lees je in ons artikel over de grote trek in Tanzania.

De volgorde waarin ze lopen is geen toeval. Zebra’s gaan vaak voorop en grazen het lange, grove gras weg; de gnoes volgen voor het kortere gras eronder; gazellen sluiten de rij en pikken de jongste scheuten. Alle drie de soorten hebben baat bij die verdeling.

Ook buiten de migratie is het niet leeg. Er blijven altijd resident herbivoren: topi’s, elandantilopen, kongoni, impala’s, waterbokken en de piepkleine dikdiks, die je meestal in paartjes langs de kant van het spoor ziet.

En verder

Giraffen — Masaigiraffen, herkenbaar aan de gerafelde vlekken — staan verspreid door het hele park tussen de acacia’s.

Nijlpaarden verzamelen zich in dichte groepen in de poelen van de Seronera- en Grumeti-rivier. De Retina Hippo Pool is er de bekendste plek voor. Nijlkrokodillen liggen langs dezelfde rivieren, en spelen tijdens de oversteken een hoofdrol.

Verder: rotsklipdassen die zich op de kopjes zonnen (verrassend genoeg de naaste verwant van de olifant), wrattenzwijnen die met opgestoken staart wegrennen, mangoesten, honingdassen, en in de rivierbossen troepen olijfbavianen en groene meerkatten.

Vogels

De Serengeti telt ruim vijfhonderd vogelsoorten en is ook voor niet-vogelaars leuk. Struisvogels lopen over de vlaktes, secretarisvogels stappen doelbewust door het gras op zoek naar slangen, en kroonkraanvogels staan bij de moerassen.

Boven de kuddes cirkelen zes gierensoorten, elk met een eigen rol bij een karkas: de ene opent de huid, de andere haalt het vlees tussen de ribben vandaan. En de scharrelaar met zijn lila borst zit langs vrijwel elke pistewand — je zult hem meer dan eens fotograferen.

 

Conclusie

Serengeti National Park biedt de meest complete wildlijst van Oost-Afrika: de Big Five, drie grote kattensoorten, een compleet roofdierenspectrum en kuddes in aantallen die nergens anders bestaan. Wat je ziet, hangt af van waar je verblijft en in welke maand je gaat.

Benieuwd hoe zo’n reis eruitziet? Bekijk ons aanbod voor een safari in Tanzania, lees meer over Serengeti National Park, of laat ons een reis op maat samenstellen rond het seizoen dat jij wilt meemaken.